Thursday, 27 February 2014

Kaapstad!!!


Het wordt goed – 10 uur te gaan

Het wordt geweldig – 5 uur te gaan

Het wordt FANTASTISCH – 30 minuten te gaan

Zoals gesuggereerd, hoe dichter bij Kaapstad we kwamen, hoe enthousiaster we werden!

 

Het duurde 17 uur om bij “De Moederstad” van Zuid-Afrika te komen. Onze bustickets zeiden dat het 25(!!!) uur zou duren. Gelukkig hoefden we niet met de bus te reizen. De medewerkers van GBT Maccassar waren zo aardig om ons een lift aan te bieden, aangezien ze vlakbij Kaapstad wonen. Dus met een paar jongens en een paar medewerkers reisden we binnen 17 uur.

 

Het eerste teken van Kaapstads nabijheid (naast afstandaangevende borden) was de beroemde Tafelberg. Ookal is de berg maar iets meer dan 1 km hoog, je kan hem al van verre zien. We werden gebracht naar Long Street Backpackers (aan Long Street, hoe origineel) door de medewerkers en nadat we afscheid hadden genomen, liepen we naar de backpackers.

Long Street Backpackers is letterlijk in het midden van alle clubs en pubs (in tegenstelling tot Tekweni Backpackers waar ik hetzelfde verwachtte, maar goed). Het is gebaseerd op de eerste en tweede verdieping van een gebouw en een geweldige plek om te verblijven. In de backpackers kan je bijna geen herrie van buitenaf horen. Er is een keuken, bar, TV kamer met DSTV (wat voor honderden kanalen zorgt), er zijn twee balkons en veel kamers.

 

We ontmoetten andere PT vrijwilligers en, alweer, deelden verhalen (ik ga niet nog een keer uitleggen hoe leuk het is om andere vrijwilligers te ontmoeten. Lees m’n vorige blogs :))

Een paar vrijwilligers verbleven in Carnival Court backpackers, wat ook aan Long Street zit en maar een minuutje lopen is vanaf Long Street Backpackers. De vrijwilligers die in Long Street verbleven sliepen allemaal in dezelfde kamer, wat duidelijk erg gezellig was.

 

Ik zal een samenvatting geven van de “normale” dagen (nou ja, mijn normale dagen dan). In de ochtend (lees: 11/12 uur) had ik ontbijt wat bijna alle 13 dagen bestond uit brood met Nutella (het studentenleven leven). Bijna elke dag ging ik naar de Smoothie Shop naast de backpackers, waar ze heerlijke (EN GEZONDE) smoothies verkopen. Ze zijn niet als gewone smoothies, althans dat vond ik, want sommige smoothies hebben  als ingrediĆ«nten pindakaas, bietjes, cacaopoeder speciale melk enzovoorts. In ieder geval, na mijn ochtendritueel was het vooral rondhangen met de andere vrijwilligers. Soms naar de lokale markt, of doelloos rondlopen om de omgeving te verkennen, gewoon de dag opvullen (prioriteit: geen stress! :D).

Net zoals in Durban was uitgaan een van de redenen dat ik naar Kaapstad kwam. Dus, zoals gepland, bijna elke avond gingen we uit. Zoals ik eerder al zei, we zaten in het midden van alle feesten enz. dus een feest vinden was geen probleem. Tijdens het uitgaan nam ik geregeld een pauze om naar de Burger Shop te gaan, waar ze de beste kippenburgers van Kaapstad hebben. En daarna?

HERHAAL

 

Het was echter niet alleen maar dat. Zoals ik al zei waren dat de standaard dagen, maar natuurlijk hadden we ook onze speciale dagen! Op Eerste Kerstdag organiseerde onze backpackers een reisje met lunch (iedereen moest wat voorbereiden en dan konden we delen) naar de Tafelberg. Niet helemaal naar de top, maar naar een grot halverwege. We werden afgezet bij het pad dat we moesten beklimmen om bij de grot te komen. Het was geen lange klim, maar de hitte was wat het zwaar maakte. We kwamen gelukkig heelhuids aan en hadden lunch, met een mooi zicht op Kaapstad en Robbeneiland. Iets wat me verbaasde aan Robbeneiland was dat het vlak voor de kust ligt. Dat is (of was)  een van de redenen waarom het zo vreselijk was om daar gevangen te zitten. Je kan het land zien, maar je mag nooit meer het land zelf in.

Na de lunch (rond 5 uur, dus een aardig lange lunch) klommen we weer naar beneden en gingen terug naar onze backpackers.

 

We hebben ook in verschillende restaurants gegeten. Een van de favorieten was duidelijk het kleine Mexicaanse restaurant, met de vriendelijke bediening en heerlijk eten. Om een beetje cultureel te zijn gingen we naar een restaurant genaamd “Mama Africa”, aan de overkant van de straat. We wisten dat het duur zou worden, maar aangezien het maar voor een keer zou zijn maakte het ons niet uit. Hier at ik voor het eerst in m’n leven krokodillenvlees. Zoals alle soorten vlees die je nooit eerder geproefd hebt, smaakt krokodil naar kip, maar het was verschrikkelijk taai. Hierdoor (en omdat het erg lang duurde voordat ik m’n maaltijd kreeg,waardoor deze gratis was!) duurde het lang voordat ik klaar was met eten, maar het was een leuke ervaring. Een ander restaurant/bar waar we aten was “The Beer House”, waar ze 99 soorten bier verkopen. Wat mij aantrok tot het restaurant was het feit dat ze bitterballen verkopen! Ik had al een aardige tijd geen Hollandse snack gegeten dus ik moest het hebben. Het waren geen geweldige bitterballen, maar bitterballen desalniettemin dus ik genoot ervan.

 

De geweldigste ervaring die ik gehad heb was op Nieuwjaarsdag, toen ik de Tafelberg (deze keer helemaal) beklom. Ik ging met een kleine groep en begon aan een klim die 2 uur zou moeten duren (toegegeven, dat was niet heel motiverend). Terwijl we hoger en hoger klommen hielden we de tijd in de gaten, om ongeveer te weten hoe lang we nog moesten. Tijdens het klimmen ontmoet je andere bergbeklimmers (sommigen gaan omhoog, sommigen naar beneden). Een aantal gaf ons een motiverend praatje, door te zeggen dat we al halverwege waren (en we hadden pas 20 minuten geklommen, hell yeah).

Daarna bleven we gestaag klimmen, met zo nu en dan een pauze. Doordat het pad een bocht maakte om de berg (we moesten door een kloof in de berg klimmen), verloren we het zicht op Kaapstad en bestond het zicht uit rots, gras en de berg. Hoe hoger we kwamen, hoe rotsachtiger het pad werd en hoe sterker de wind. Toen we door de kloof liepen was de wind erg sterk (als in een windtunnel, een effect wat de slpeet creƫert). Toen ik helemaal in de kloof was en ik achterom keek om het pad te zien waar we haden gelopen, zag ik niet veel meer van het pad. Achter mij stortten de wolken neer op het pad. Het was alsof de berg overvloeide met wolken en ze allemaal neerstortten als een waterval, en ik stond er achter. Een wonderlijk fenomeen om te zien. Ik draaide me om en was weer sprakeloos. Boven, aan het einde van het pad, schenen de wolken rood/goud, vanwege de ondergaande zon, alsof het een pad naar de hemel was. De laatste meters rende ik naar de top.

Waar in de kloof de wind sterk was en herrie maakte, was op de top complete vrede. Het is moeilijk om het gevoel te omschrijven. De wolken hadden een gouden kleur en waren kalm, de herrie was verdwenen en niks in de wereld leek mis. Nadat ik versteld was door de kalmte en pracht van de natuur om me heen, liep ik naar het restaurant op de top. Daar ontmoetten we de andere vrijwilligers, die ervoor gekozen hadden om met de kabelbaan omhoog te komen. We ontspanden en praatten wat en liepen rond op de Tafelberg. Ik kon Kaapstad weer zien en alles wat eromheen is. Het duurde niet lang tot de zonsondergang, dus als een groep keken we die, en het was magisch.

Het is zeker iets wat ik weer zou willen doen, en van alles wat ik in Zuid-Afrika gedaan heb zou ik dit het meeste aanbevelen. Doe het. Voordat je sterft. Je moet.

 

Om Kerstmis en Oud&Nieuw niet thuis te vieren was raar, maar ik had een geweldige ervaring. 11/10 (ja, dat ik mogelijk oke ssst) zou ik aan Kaapstad willen geven. Als stad, als ervaring, ongewoon FANTASTISCH!

 

 

Groetjes vanuit Zuid-Afrika!

 

 

 

(Ohja, het bleek dat we de Tafelberg in 56 minuten, in plaats van de 2 uur wat het bordje zei. Lekker!)

Thursday, 20 February 2014

Camp Caroline, weg van Tongaat


“Nooit meer terug naar Boys Town!” schreeuwde een van de jongens. Hij had gelijk, het was de laatste dag dat hij in Girls and Boys Town (GBT) Tongaat zou zijn.

Het begin van december betekent het einde van het vierde semester in Zuid-Afrika en dus het einde van het schooljaar.

Een GBT contract is voor twee jaar (maar het kan verlengd worden door de rechter) en dus aan het einde van elk schooljaar verlaten sommige jongens het Youth Development Centre (Jeugd Ontwikkelingscentrum) voor altijd.

 

De meeste jongens gaan naar huis (of naar pleegouders, ooms, tantes etc.) voor hun zomervakantie. (Ik besefte dat ik drie zomervakanties heb in een jaar tijd: een in NL in 2013, een in ZA in 2013/2014 en een in NL in 2014. Ik klaag niet!)

Niet alle jongens hebben echter een plaats om naartoe te gaan. Voor deze jongens biedt Camp Caroline (ook wel Munster Camp genoemd, naar de dichtstbijzijnde stad) een oplossing. Het is eigendom van de organisatie Girls and Boys Town. In totaal zijn er vier Youth Development Centre’s (YDC’s) en verschillende Family Homes (Familiehuizen). De YDC’s zijn voor jongens alleen. Sommige Family Homes hebben meiden, sommige hebben jongens, maar nooit gemixt (waarschijnlijk omdat ze dan zouden veranderen in producerende Family Homes...). Alleen de jongens die in de YDC’s verblijven en die geen plek hebben om naar toe te kunnen, gaan naar Camp Caroline.

 

Dit jaar waren er slechts twee jongens van de Tongaat YDC (waar ik werk) die naar Camp Caroline gingen. (Dat gaat rustig worden, dacht ik)

Nou, nee. Van de YDC in Magaliesburg kwamen 4 jongens, van Kagiso kwam er 1 en van Maccassar kwamen... 18 jongens. (GEWELDIG)

 

Ondanks de verrassing in het aantal jongens was de tijd in Camp Caroline geweldig. De jongens toonden heel veel discipline (vooral de eerste dagen). De omgeving van het kamp is ook fantastisch. Het is slechts zeven minuten lopen naar het strand. Het eten was heerlijk (een paar braais gehad, woehoe!) en omdat de medewerkers de jongens 95% van de tijd bezig hielden, kon ik lekker ontspannen. De jongens en staff slapen allemaal in vakantiehuisjes. De jongens zitten met z’n achten in een huisje (vier in de ene kamer, vier in de andere) en de medewerkers zitten met z’n zessen (drie-drie).

 

Met de jongens van Magaliesburg kwam ook een Collega. Lewis Sweeney-Slavin werkt bij de YDC in Magaliesburg. Zoals ik in m’n vorige blog uitlegde is het ontmoeten van andere volunteers een kans om ervaringen en dergelijke uit te wisselen. Jack, Lewis en ik sliepen in een kamer samen en aan de andere kant sliepen de buschauffeurs.

 

Bijna elke dag was er een uitje, wat echt geweldig was. We gingen naar verschillende stranden, naar een slangenpark, een krokodillenboerderij, naar de bioscoop en ga zo maar door. Ik had veel lol met de jongens van Maccassar. De talen die zij daar spreken zijn Engels en Afrikaans, waar ze in GBT Tongaat Engels en Zulu praten.

Ik zal een kleine geschiedenisles geven. Toen de Nederlandse colonisten in Zuid-Afrika kwamen, praatten zij natuurlijk Nederlands. Toen daarna de Engelsen de Nederlanders versloegen en daarna Zuid-Afrika onafhankelijk werd, bleef de taal echter hangen. Afrikaans is een van de elf officiele talen van Zuid-Afrika en het is heel erg gelijk aan Nederlands. Hierdoor kon ik de jongens van Maccassar verstaan als zij Afrikaans praatten. Dit vertelde ik ze echter niet en dat resulteerde in wat leuke momenten. (zoals wanneer ik in hun taal antwoordde als ze iets tegen me zeiden en geen antwoord verwachtten).

 

Camp Caroline was een fantastische ervaring voor me. Het gaf me een veel wijdere blik op de organisatie Girls and Boys Town. Ik vind het kamp een geweldig initiatief is om jongeren die niet naar huis kunnen een leuke tijd te geven.

Aan de ene kant vond ik het jammer dat ik niet langer dan twee weken bleef, maar aan de andere kant was er een nieuw avontuur dat wachtte: Kaapstad! (Dat is voor de volgende blog hahaha)

Thursday, 13 February 2014

Een weekend in Durban

Hoog in de lucht, donkere wolken waren het enige wat ik kon zien. Een fantastische avond om uit te gaan, leek mij.

Maar laat me beginnen bij het begin. Het was November (ja, zo lang geleden, en opnieuw mijn excuses) en bijna zomer. Met “bijna zomer” bedoel ik dat de dagelijke temperatuur zo’n 26°C is en af en toe 30°C.
Om een (hoognodige) pauze te hebben van ons project, besloten Jack en ik om Jasmine (van het Durbanville project in Kaapstad) en Anna en Lauren (van het Clouds of Hope project in Underberg) te vergezellen voor een lang weekend in Durban.

We arriveerden op donderdag. Onze host, Mr. Jakes Raman, had ons een lift gegeven. Voordat we uit de auto stapte vertelde hij ons dat we zeer voorzichtig moesten zijn, omdat Durban blijkbaar gevaarlijk is voor witte mensen.
Met de waarschuwing in ons achterhoofd, liepen we naar Tekweni Backpackers, waar we zouden verblijven. Het is een geweldige plek om te verblijven. Er is een zwembad, biljarttafel, gratis wifi en de mensen zijn aardig. Het heeft ook een beveiligde deur bij de ingang (dus in de backpackers zouden we in ieder geval veilig zijn). We ontmoetten Laura, Anna en Jasmine en deelden verhalen met elkaar.

Wat ik leuk vind aan het delen van verhalen, is dat het je een veel bredere blik geeft. Als je verhalen hoort van anderen, kan je veel dingen vergelijken. Bijvoorbeeld: de mensen met wie je werkt, ervaringen, collega’s, de manier waarop je je project benadert enz. Het geeft me een frisse kijk op mijn eigen project. Met een nieuwe kijk op je project, zie je nieuwe kansen en kun je nieuwe dingen bereiken.

Nadat we elkaar over onze projecten hadden verteld, verkenden we de omgeving. Tekweni Backpackers is vlakbij Florida Rd, wat schijnbaar het feestgebied in Durban is.
(totaal toevallig natuurlijk, achum....)
We vonden de dichtstbijzijnde winkel en merkten op dat er veel restaurants zijn aan Florida Rd, maar we zagen nog niet veel clubs.
Die avond hadden we een braai in the backpackers, met die donkere wolken waar ik in het begin over sprak boven ons, en daarna maakten we ons klaar om uit te gaan. Blijkbaar ging iedereen in de backbackers naar een club genaamd “Cool Running’s”. We liepen naar Florida Rd, om erachter te komen dat we in een taxi moesten springen. (Fantastisch. Dit is het feestgebied in Durban en we moeten alsnog in een taxi)
Na een korte rit kwamen we aan bij een Reggaebar. Het was een grote teleurstelling voor mij. Reggae is totaal niet mijn favoriete muziek, laat staan feestmuziek. Maar, omdat klagen niet veel ging helpen, ging ik naar binnen met de anderen. Die waren al naar het achterste gedeelte van de kamer aan het lopen en ik volgde ze, om uit te komen in een andere kamer.
Mijn teleurstelling verdween zodra ik de kamer binnenkwam. In het midden van de kamer zaten op z’n minst 30 mensen te trommelen op traditionele trommels in alle maten. Het geluid was overdonderend en de sfeer was geweldig. Het was misschien wel het meest culturele ding wat ik gedaan heb in Zuid-Afrika. Ik zou het dan ook zeer aanbevelen aan anderen.
Na een flinke tijd gingen we terug naar de backpackers en ik nam een duik in het zwembad.

De volgende dag werden we laat wakker,  hadden ontbijt en hingen we rond in de backpackers. We speelden wat biljart en zwommen in het zwembad. Die avond gingen we weer uit. Een taxi (jep, alweer) reed ons naar een club genaamd Tiger Tiger.
We wachtten in de rij toen we hoorden dat er ongeveer een uur wachttijd was, vanaf waar wij stonden. We dachten niet al te lang na en sprongen in een taxi, op weg naar Cool Running’s.
Vol met enthousiasme liepen we door de Reggaebar, op weg naar de kamer aan de achterkant van het gebouw. Mijn enthousiasme verdween zodra ik de kamer binnenkwam. In het midden van de kamer stonden niet meer dan 5 mensen te praten. Het enige geluid kwam van de radio en van de pratende mensen. En de sfeer? Nou ja, die was er gewoon niet.

Zaterdag (al, hmpf) spendeerden we de dag net zoals vrijdag. In de avond echter gingen we uit (MET DE TAXI) naar een club genaamd Origins. Het was geweldig. 3 verdiepingen, 4 zalen, 4 muziekstijlen, waaronder mijn favoriete voor feesten: house muziek. Het was de beste avond uit die ik gehad heb sinds ik in Zuid-Afrika kwam.

Zondag was een rustige dag, maar dat was wel nodig, omdat zaterdag me uitgeput had. Nadat we lunch hadden gehad in een van de restaurants aan Florida Rd was het tijd om tot ziens te zeggen tegen Lauren en Anna, omdat zij terug gingen naar hun project in Underberg. Daarna ging ik naar het strand (Oh ja, ik kwam daar met de taxi). Durbans strand is erg mooi. De golven zijn goed voor surfers en het strand zelf ziet er piekfijn uit.
De rest van de dag waren we in de backpackers, rondhangend met mensen die we in de afgelopen dagen hadden ontmoet. We speelden wat biljart, zwommen nog wat en eindigden het weekend met een braai.

De volgende dag, nadat we tot ziens gezegd hadden tegen Jasmine, was het tijd voor Jack en mij om naar huis te gaan. Raar, hoe Girls and Boys Town (GBT) Tongaat al als thuis voelt. De jongens waren blij ons weer te zien, wat leuk was voor mij om te ervaren.
Hoe cool het weekend in Durban ook geweest mocht zijn, ik ben gewend in GBT Tongaat en ik zou niet van project willen veranderen voor al de biltong in de wereld.



Deze blog was niet echt over mijn project, maar ik hoop dat het een bredere kijk geeft op mijn tussenjaar. Ik werk veel in GBT Tongaat, maar er zijn gelukkig ook tijden waarin ik kan ontspannen en van het geweldige land waarin ik verblijf kan genieten.